Hoe werkt de 31-regel?
Gooi je een 31 (1+3), dan wijs je iemand aan. Die persoon drinkt één slok. Daarna gooi jij je eigen beurt opnieuw, met hetzelfde aantal worpen als de eerste speler van de ronde. De 31 telt niet als eindscore.
Dat opnieuw gooien geldt voor jou, niet voor de aangewezen speler. Die behoudt zijn score. Jouw eerdere worpen vervallen.
Voorbeeld: Speler B heeft na twee worpen een 5-5 (500) staan. Jij gooit als derde speler een 31. Je wijst speler B aan: B drinkt één slok. Jij gooit je beurt opnieuw. Speler B behoudt zijn 500.
Wie wijs je aan?
De aangewezen speler drinkt één slok en behoudt zijn score. Je keuze heeft geen invloed op zijn positie in de ronde. De vraag is simpel: wie wil je laten drinken?
De ridder aanwijzen
Als de ridder-huisregel actief is, loopt de ridder al schade op bij dubbelen van anderen. Een extra slok via de 31-aanwijzing is extra straf bovenop dat risico. Logische keuze als je de ridder wilt raken.
De beste speler aanwijzen
Wie staat er het best voor? Die persoon een slok laten drinken is een symbolische zet, maar het verstoort de flow. Je gooit sowieso opnieuw. Het is een keuze wie de strafslok krijgt.
Wanneer maakt het niet uit
Als de verliezer van de ronde al vaststaat, of als je de laatste speler bent, heeft aanwijzen weinig effect. Je wijst iemand aan die drinkt, jij hergooit, maar de uitkomst staat al bijna vast.
Jouw hergooi: het echte voordeel
Een 31 resetten jouw worpen volledig. Had je een slechte score, een 32 of een lage combinatie, dan geeft de 31 je een nieuw begin. Dat is het echte voordeel van een 31. Wie je aanwijst is bijzaak. Benut je hergooi.
Snel opzoeken: de aanwijsregel in drie punten
- De 31 telt niet als eindscore. Jij gooit je beurt opnieuw.
- De aangewezen persoon drinkt één slok. Zijn score verandert niet.
- Kies wie je wilt laten drinken. Jouw hergooi is het voordeel.